ECLI:NL:CRVB:2007:BA5162
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Toekenning en herziening gedeeltelijke WAO-uitkering na bezwaar en hoger beroep
Appellant, voormalig elektromonteur, meldde zich arbeidsongeschikt in november 2002. Het UWV weigerde aanvankelijk een WAO-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar werd een gedeeltelijke uitkering toegekend met een mate van arbeidsongeschiktheid van 15-25%.
Appellant ging in hoger beroep en stelde dat zijn beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld. Het UWV nam een nieuw besluit op bezwaar van 1 april 2005, waarin een hogere mate van arbeidsongeschiktheid (25-35%) werd vastgesteld en de functie van stikker meubelbekleding niet langer werd meegenomen.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep tegen de eerdere uitspraak niet-ontvankelijk is omdat het nieuwe besluit de situatie aanpast. Het besluit van 1 april 2005 berustte op een zorgvuldig medisch onderzoek, maar de arbeidskundige onderbouwing was ondeugdelijk omdat een functie met een te zwaar tillen van 30 kilogram werd meegenomen, terwijl appellant slechts 15 kilogram kan tillen. Hierdoor is het besluit in strijd met artikel 7:12 Awb Pro en wordt het vernietigd met opdracht tot een nieuw besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de eerdere uitspraak is niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van 1 april 2005 is vernietigd wegens ondeugdelijke arbeidskundige grondslag.