ECLI:NL:CRVB:2007:BA5089
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na beoordeling belastbaarheid
Appellante was werkzaam als cateringmedewerkster totdat zij op 30 januari 1995 uitviel met psychische klachten. Na een wachttijd van 52 weken kende het UWV haar een volledige WAO-uitkering toe. Deze uitkering werd bij besluit van 14 april 2003 per 10 juni 2003 ingetrokken. Het bezwaar van appellante tegen deze intrekking werd ongegrond verklaard.
De rechtbank Groningen verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond, waarbij zij het oordeel van het UWV onderschreef dat de belastbaarheid van appellante juist was vastgesteld. Dit oordeel was mede gebaseerd op een medische expertise van prof. dr. R.J. van den Bosch. Appellante voerde aan dat zij de geduide functies niet kon verrichten, maar dit werd door de rechtbank verworpen.
In hoger beroep bracht appellante geen nieuwe gronden naar voren die niet reeds door de rechtbank waren beoordeeld. De Raad stelde dat de situatie per 10 juni 2003 bepalend is en dat latere wijzigingen in haar arbeidsongeschiktheid niet relevant zijn voor dit geding. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering per 10 juni 2003 en wijst het hoger beroep af.