ECLI:NL:CRVB:2007:BA5085
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken arbeidsduurbeperking
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht waarin haar beroep tegen het besluit van het UWV om geen WAO-uitkering toe te kennen, ongegrond werd verklaard.
Het UWV had bij besluit van 26 mei 2004 geweigerd om met ingang van 19 februari 2004 een WAO-uitkering toe te kennen, en het bezwaar van appellante tegen dit besluit werd op 13 september 2004 ongegrond verklaard. Appellante stelde dat zij vanwege klachten na een ongeval in februari 2003 een arbeidsduurbeperking van 25% zou moeten krijgen, ondersteund door medische verklaringen van haar huisarts en fysiotherapeut.
De Raad heeft echter geoordeeld dat het standpunt van het UWV, dat appellante zonder beperkingen haar eigen werk kan verrichten, op zorgvuldig medisch onderzoek is gebaseerd. De door appellante ingediende medische informatie gaf geen aanleiding om het oordeel te wijzigen. De rapportage van de bezwaarverzekeringsarts onderbouwde dat een urenreductie van 25% medisch niet te motiveren was.
Daarom bevestigde de Centrale Raad van Beroep de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om een WAO-uitkering toe te kennen wegens het ontbreken van een medische onderbouwing voor arbeidsduurbeperking.