ECLI:NL:CRVB:2007:BA5009
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- A. Kovács
- Rechtspraak.nl
Heropening WAO-uitkering na detentie en vrijspraak met psychiatrische maatregel
Appellant ontving sinds 1997 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na zijn detentie vanaf 20 december 2002 trok het UWV de uitkering in. Na vrijspraak op 15 maart 2004 en oplegging van een psychiatrische maatregel, heropende het UWV de uitkering per die datum. Appellant stelde bezwaar in en betoogde dat de periode in het huis van bewaring niet gelijkgesteld mocht worden met detentie, en dat de uitkering eerder had moeten worden toegekend.
Het UWV en de rechtbank wezen dit bezwaar af, stellende dat voorlopige hechtenis onder de Wsg gelijkgesteld wordt met detentie, ook als achteraf blijkt dat de vrijheidsbeneming onjuist was. De Raad voegt hieraan toe dat toetsing aan het Besluit extramurale vrijheidsbeneming niet aan de orde is omdat het om de fase vóór strafrechtelijke veroordeling gaat, en dat het beroep op artikel 26 IVBPR Pro onvoldoende is onderbouwd.
De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat appellant vanaf het moment dat het vonnis onherroepelijk werd recht heeft op heropening van de uitkering, maar niet met terugwerkende kracht voor de periode van voorlopige hechtenis. De Penitentiaire beginselenwet is niet van toepassing op voorlopige hechtenis zonder tenuitvoerlegging van een straf. Het hoger beroep wordt verworpen en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De heropening van de WAO-uitkering wordt bevestigd per 15 maart 2004, zonder terugwerkende kracht voor de periode van voorlopige hechtenis.