ECLI:NL:CRVB:2007:BA4840
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht waarin werd bepaald dat zij geen WAO-uitkering krijgt omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt is. Het geschil draait om de vraag of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) terecht heeft besloten de uitkering te weigeren met ingang van 14 februari 2003.
De Raad onderschrijft de medische en arbeidskundige beoordeling van het Uwv, die concludeert dat appellante niet voldoende arbeidsongeschikt is. Appellante bracht geen objectieve medische gegevens aan die twijfel konden zaaien over deze beoordeling. Hoewel appellante stelde dat de kritische functionele mogelijkhedenlijst verborgen beperkingen bevat op het gebied van hand- en vingergebruik en schroefbewegingen, oordeelt de Raad dat deze beperkingen niet aanwezig zijn.
De verzekeringsarts heeft expliciet aangegeven dat appellante op deze aspecten normaal belastbaar is en dat de verminderde kracht in de handen dubieus is. Hierdoor faalt het hoger beroep en wordt de eerdere uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.