ECLI:NL:CRVB:2007:BA4626
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante vroeg herbeoordeling van haar recht op een Wajong-uitkering per 20 april 1980. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante met haar beperkingen in staat was algemeen geaccepteerde arbeid te verrichten. De medische rapportages, waaronder die van verzekeringsarts Rozema Melissen en bezwaarverzekeringsarts Zwemer, bevestigden dat de beperkingen van appellante niet zodanig waren dat zij niet kon werken.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen ernstiger waren en zij niet in staat was de voorgestelde functies te vervullen. De Raad overwoog dat de weigering beoordeeld moest worden aan de hand van de destijds geldende AAW-regelgeving. De medische rapportage van een zenuwarts uit 1988 werd niet als doorslaggevend beschouwd omdat deze niet duidelijk op de peildatum zag en geen definitieve conclusie bevatte.
De Raad concludeerde dat de beschikbare medische gegevens voldoende waren om te stellen dat appellante minder dan 25% arbeidsongeschikt was en dat zij de geselecteerde functies kon vervullen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.