ECLI:NL:CRVB:2007:BA4585
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J.G. Treffers
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen herziening WAO-uitkering wegens prematuur bezwaar
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering waarbij het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid had vastgesteld op 65-80%. De rechtbank verklaarde het bezwaar prematuur omdat het besluit waarop het bezwaar betrekking had, op het moment van indiening nog niet definitief was genomen. Appellant stelde in hoger beroep dat hij uit de communicatie met de arbeidsdeskundige mocht afleiden dat het besluit al genomen was en dat het rechtszekerheidsbeginsel in het geding was.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het besluit van 18 december 2001 ten tijde van het bezwaarschrift van 10 december 2001 nog niet tot stand was gekomen. De Raad benadrukte dat artikel 6:10 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een openbare ordebepaling is die ambtshalve door de rechter moet worden getoetst. Het beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
De Raad wees tevens op het ontbreken van gronden voor een proceskostenveroordeling en besloot het geding zonder verdere veroordelingen af te sluiten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 27 april 2007.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd wegens prematuur ingediend bezwaar.