ECLI:NL:CRVB:2007:BA4489
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante stelde beroep in tegen het besluit van het UWV van 3 juni 2004, waarin de weigering van een WAO-uitkering per 24 september 2003 werd gehandhaafd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek, ondanks het ontbreken van een schriftelijke weergave van lichamelijk onderzoek, zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was. De verzekeringsarts baseerde zijn oordeel op informatie van de huisarts en neuroloog. Appellante had geen medische informatie overgelegd die een ander beeld gaf van haar belastbaarheid.
De Centrale Raad van Beroep deelt het oordeel van de rechtbank en ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid en de onderliggende arbeidskundige beoordeling. Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WAO-uitkering bevestigd.