ECLI:NL:CRVB:2007:BA4484
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen vergoeding niet-juridische deskundige bij WAO-uitkeringsgeschil
Appellante heeft meerdere procedures gevoerd tegen het UWV over de toekenning van een WAO-uitkering en de vergoeding van kosten voor rapportages van een niet-juridische deskundige, Psychosofia. Het UWV had aanvankelijk geweigerd een WAO-uitkering toe te kennen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid, maar na diverse rechterlijke uitspraken werd uiteindelijk een uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%.
De kern van het hoger beroep betrof de weigering van het UWV om de kosten verbonden aan rapportages van Psychosofia te vergoeden. De rechtbank had het besluit van het UWV vernietigd omdat het geen onderscheid had gemaakt tussen verschillende rapporten, waaronder rapporten die onder artikel 8:75 Awb Pro vielen. Het UWV nam daarop een nieuw besluit waarin de vergoeding opnieuw werd geweigerd.
De Centrale Raad oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk was voor zover het zich richtte op het eerdere besluit, omdat daartegen niet in hoger beroep was gekomen. Voor het nieuwe besluit over de vergoeding van Psychosofia-rapporten oordeelde de Raad dat het UWV terecht de kosten had geweigerd, omdat niet kon worden gesteld dat het UWV het oorspronkelijke besluit tegen beter weten in had genomen. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 27 oktober 2006 wordt ongegrond verklaard.