ECLI:NL:CRVB:2007:BA4334
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening WAO-uitkering na eerstejaarsherbeoordeling
Appellant, werkzaam als inspecteur en later vrachtwagenchauffeur, ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een eerstejaarsherbeoordeling door het UWV werd de uitkering herzien naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%, gebaseerd op medische en arbeidsdeskundige rapportages.
De rechtbank Roermond verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij de medische onderbouwing en arbeidskundige rapporten als toereikend beschouwde. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant adequaat waren vastgesteld. Wel stelde de Raad vast dat het bestreden besluit in de fase van hoger beroep pas voldoende was onderbouwd, waardoor het besluit strijdig was met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarom vernietigde de Raad het vonnis en het besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan ongewijzigd.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot betaling van de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Hiermee werd het belang van een zorgvuldige motivering van besluiten rond WAO-herzieningen benadrukt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit en vonnis worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.