ECLI:NL:CRVB:2007:BA4288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en geschil over psychische beperkingen appellant
Appellant, voormalig automonteur, ontving sinds 1993 een WAO-uitkering vanwege rug- en psychische klachten. Na een herbeoordeling in 2003 stelde een verzekeringsarts beperkingen vast die leidden tot een herziening van de uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische beperkingen waren onderschat, ondersteund door een rapport van zenuwarts Groot uit 2005 die een ernstige psychische stoornis vaststelde.
De Raad constateerde dat het UWV pas in hoger beroep een adequate toelichting gaf op de belastbaarheid in relatie tot de geselecteerde functies uit het CBBS-systeem, waardoor het bestreden besluit en de eerdere uitspraak niet in stand konden blijven. De Raad oordeelde echter dat de geselecteerde functies geschikt zijn voor appellant en dat de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid terecht is.
De Raad verwierp het oordeel van zenuwarts Groot, stellende dat diens conclusies vooral gebaseerd waren op de subjectieve klachtenbeleving van appellant. De medische gegevens gaven geen aanleiding om te concluderen dat de psychische beperkingen waren onderschat. De Raad vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.