ECLI:NL:CRVB:2007:BA3674
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag voor aangehuwde kinderen verblijvend in het buitenland wegens onvoldoende onderhoud
Appellant, woonachtig in Nederland, heeft kinderbijslag aangevraagd voor zijn aangehuwde kinderen die in Turkije verblijven. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft de aanvraag geweigerd omdat appellant niet op eenvoudig controleerbare wijze heeft aangetoond de kinderen in belangrijke mate te onderhouden.
De rechtbank heeft de bezwaren van appellant grotendeels ongegrond verklaard en de Svb opgedragen nieuwe beslissingen te nemen waar nodig. In hoger beroep is betwist of appellant voldoende bewijs heeft geleverd van zijn onderhoudsplicht, mede gezien zijn langdurige verblijven bij de kinderen in Turkije en de overgelegde betalingsbewijzen.
De Raad stelt dat alleen bankoverschrijvingen ten name van het kind of de verzorgers als eenvoudig controleerbaar bewijs gelden, en dat de door appellant overgelegde bewijsstukken niet aan deze norm voldoen. Ook het beleid van de Svb dat verblijf bij de kinderen in het buitenland als bewijs kan dienen, is niet van toepassing omdat appellant niet heeft voldaan aan de voorwaarden.
De Raad verwerpt het verweer dat appellant niet eerder over de voorwaarden geïnformeerd was, omdat de aanvraag pas in oktober 2002 is ingediend en de voorwaarden toen al algemeen bekend waren. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere besluiten van de Svb worden bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; weigering kinderbijslag bevestigd wegens onvoldoende bewijs onderhoudsplicht.