ECLI:NL:CRVB:2007:BA3500
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting en terugvordering WAZ-uitkering wegens werkzaamheden in eigen kapsalon
Appellante, werkzaam als zelfstandig kapster in een vennootschap onder firma met haar echtgenoot, ontving een WAZ-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100% vanaf 3 maart 2001. Het UWV stelde de uitkering vanaf 2 maart 2001 op nihil vanwege vermeende arbeidsinkomsten en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug.
Appellante voerde aan dat zij na 10 november 2002 geen werkzaamheden had verricht waarop de korting zou moeten worden toegepast, maar de Raad oordeelde dat het bestreden besluit zich uitsluitend richtte op de periode tot 10 november 2002. Uit verklaringen, getuigenverklaringen en controles bleek dat appellante wel degelijk werkzaamheden verrichtte in de kapsalon, zoals klanten adviseren, knippen en afrekenen.
De Raad achtte deze werkzaamheden als arbeid in economisch verkeer met loonwaarde, ook al ontving appellante geen directe beloning. De winst uit de kapsalon kwam mede aan haar ten goede. Het UWV mocht op basis van een beredeneerde schatting, ondersteund door een arbeidsdeskundig rapport, de omvang van de werkzaamheden en loonwaarde bepalen en de uitkering daarop baseren.
Appellante leverde geen controleerbare tegenbewijs aan. De Raad concludeerde dat het beroep faalt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Een kostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de korting en terugvordering van de WAZ-uitkering worden bevestigd.