ECLI:NL:CRVB:2007:BA3285
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten opschorting, intrekking en afwijzing bijstand wegens onvoldoende motivering en procedurele fouten
Appellant ontving bijstand op grond van de Algemene bijstandswet. Naar aanleiding van een anonieme tip startte het College een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. Op 22 april 2003 werden huisbezoeken afgelegd op twee adressen, waarbij twijfel ontstond over het daadwerkelijke woonadres van appellant. Het College besloot daarop de bijstand op te schorten en later in te trekken, gevolgd door afwijzing van een nieuwe aanvraag.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het opschortingsbesluit niet-ontvankelijk en wees de beroepen tegen intrekking en afwijzing af. In hoger beroep vernietigt de Centrale Raad van Beroep het niet-ontvankelijk verklaren van het beroep tegen de opschorting, omdat het intrekkingsbesluit nog niet onherroepelijk was. Tevens oordeelt de Raad dat het opschortingsbesluit niet voldoet aan de wettelijke vereisten omdat appellant niet op zijn verzuim is gewezen en geen hersteltermijn is gesteld.
Ten aanzien van de intrekking stelt de Raad vast dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, met name vanwege onbetrouwbare verklaringen en het ontbreken van onderzoek naar persoonlijke eigendommen. Hierdoor ontbreekt een deugdelijke grondslag voor het besluit. Ook de afwijzing van de nieuwe aanvraag wordt vernietigd omdat het uitgangspunt onjuist was. De Raad beveelt het College aan een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak en veroordeelt het College in de kosten van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten van het College en beveelt hernieuwde besluitvorming met vergoeding van kosten aan appellant.