ECLI:NL:CRVB:2007:BA3281
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen vermogen
Appellante had bij de aanvraag van haar bijstandsuitkering in 2003 niet gemeld dat zij beschikte over vier bankrekeningen met een totaal saldo van €22.328, wat haar vermogen boven de vrij te laten grens bracht. De gemeente stelde daarom de bijstand over de periode van 14 juni 2002 tot en met 10 oktober 2002 in, waarna de kosten van bijstand werden teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat de tegoeden op de rekeningen niet haar vermogen waren. Ook was er geen reden om rekening te houden met een schuld aan het UWV, omdat die pas later ontstond.
De Raad concludeerde dat appellante de inlichtingenverplichting had geschonden en dat het College terecht de bijstand had ingetrokken en de kosten had teruggevorderd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.