ECLI:NL:CRVB:2007:BA3157

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 april 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-5669 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te laat indienen gronden afgewezen

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant de gronden waarop het beroep was gebaseerd niet tijdig had ingediend. Hoewel appellant de mogelijkheid kreeg om dit verzuim te herstellen, heeft hij niet binnen de gestelde termijn de benodigde gronden ingediend.

Appellant heeft vervolgens verzet aangetekend tegen de niet-ontvankelijkverklaring. Dit verzet is behandeld op zitting, waarbij appellant persoonlijk aanwezig was, maar het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage zich niet liet vertegenwoordigen. De Raad heeft het verzet inhoudelijk beoordeeld en geen gegronde redenen gevonden die het verzuim kunnen verontschuldigen.

De Raad bevestigt daarmee de eerdere beslissing en verklaart het verzet ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter G.A.J. van den Hurk en uitgesproken in het openbaar op 17 april 2007.

Uitkomst: Het verzet van appellant wordt ongegrond verklaard wegens het niet tijdig indienen van de beroepsgronden.

Uitspraak

06/5669 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 14 augustus 2006, 05/908 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage (hierna: College)
Datum uitspraak: 17 april 2007
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 23 januari 2007 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 23 januari 2007 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 10 april 2007, waar appellant in persoon is verschenen. Het College heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 23 januari 2007 berust hierop, dat het ingediende beroepschrift niet de gronden bevat waarop het hoger beroep berust, en dat appellant, nadat hij de gelegenheid kreeg dit verzuim te herstellen, niet binnen de door de griffier van de Raad gestelde termijn de gronden heeft ingediend; van redenen die een verontschuldiging zouden kunnen vormen voor dit verzuim is niet gebleken.
In geding is de vraag of het hoger beroep van appellant terecht niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad ziet geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan in zijn genoemde uitspraak gegeven.
In aansluiting op hetgeen in die uitspraak is overwogen, merkt de Raad op dat hij ook in hetgeen in het verzetschrift en ter zitting is aangevoerd geen aanknopingspunten heeft gevonden welke kunnen leiden tot de conclusie dat appellant het verzuim niet kan worden tegengeworpen.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad ten slotte geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.E. Broekman als griffier, uitgesproken in het openbaar op 17 april 2007.
(get.) G.A.J. van den Hurk.
(get.) P.E. Broekman.