ECLI:NL:CRVB:2007:BA2980
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Onzorgvuldige besluitvorming UWV over WW-uitkering bij flexibel arbeidspatroon
Appellante had een WW-uitkering aangevraagd na ontbinding van haar arbeidsovereenkomst bij een onderwijsstichting en was daarnaast werkzaam bij KLM op basis van een flexcontract. Het UWV had haar recht op WW-uitkering vastgesteld op basis van een gemiddeld arbeidsverlies van 21 uur en 37 minuten per week, waarbij een vast aantal vrij te laten uren werd gehanteerd.
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar uitkering, stellende dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar specifieke arbeidspatroon bij KLM, dat bestond uit werkzaamheden rond twee weekenden per maand met intercontinentale nachtvluchten, waardoor zij volgens het Arbeidstijdenbesluit vervoer bepaalde weken niet mocht werken.
De rechtbank had het bezwaar ongegrond verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV onvoldoende zorgvuldig had beslist door niet te onderzoeken of artikel 4 van Pro de Regeling gelijkstelling niet-gewerkte uren met gewerkte uren van toepassing was op het bijzondere arbeidspatroon van appellante. De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en de bestreden besluiten en droeg het UWV en de Minister op opnieuw te beslissen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: De bestreden besluiten worden vernietigd en het UWV en de Minister worden opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van het arbeidspatroon van appellante.