ECLI:NL:CRVB:2007:BA2788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar mede-terugvordering en derdenbeslag
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Tiel tot mede-terugvordering van kosten van bijstand, dat aanvankelijk in 1998 was genomen. Dit bezwaar werd wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard. Na een heronderzoek in 2002 stelde het College appellante opnieuw in kennis van het besluit, maar verklaarde dat hiertegen geen bezwaar mogelijk was. Appellante stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om schadevergoeding en restitutie van bedragen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de schadevergoeding af. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het oorspronkelijke besluit uit 1998 ondanks het ontbreken van de aanhef "In naam der Koningin" een executoriale titel opleverde en dat het besluit van 2002 slechts een bevestiging was, geen nieuw besluit waartegen bezwaar kon worden gemaakt.
De Raad wees het beroep af omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard en er geen grond was voor schadevergoeding of proceskostenveroordeling. De Raad nam daarbij ook in aanmerking dat het bezwaar tegen de brief van 2002 niet tijdig was ingediend. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar en verklaart het beroep ongegrond.