ECLI:NL:CRVB:2007:BA2763
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering en terugvordering wegens verzwegen bankrekening en overschrijding vermogensgrens
Appellante ontving bijstand van het College van burgemeester en wethouders van Utrecht. Naar aanleiding van gegevens van de Belastingdienst ontdekte het College een voor hen onbekende bankrekening op naam van appellante. Dit leidde tot een onderzoek waaruit bleek dat appellante een vermogen had boven de vermogensgrens zoals bedoeld in de Algemene bijstandswet (Abw).
Het College besloot daarom de bijstand over de periode van 1 januari 2003 tot en met 20 december 2003 in te trekken en de kosten van bijstand terug te vorderen. Appellante voerde aan dat het tegoed op de bankrekening toebehoorde aan haar zonen, maar kon dit niet onderbouwen met controleerbare gegevens. De Raad oordeelde dat appellante als rekeninghoudster de beschikking had over het vermogen en dat zij haar inlichtingenplicht had geschonden.
De Raad stelde vast dat het College bevoegd was tot intrekking van de bijstand en tot terugvordering van de kosten, en dat het terugvorderingsbeleid van het College binnen redelijke beleidsgrenzen valt. Het hoger beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering bevestigd.