ECLI:NL:CRVB:2007:BA2297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Betrokkene, werkzaam als timmerman en chauffeur, viel op 13 oktober 2003 uit wegens rugklachten. Na onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) vast dat betrokkene minder dan 15% arbeidsongeschikt was en weigerde een WAO-uitkering toe te kennen. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende onderbouwing over het aspect trappenlopen in de functie kassamedewerker.
In hoger beroep beperkte het UWV zich tot dit aspect en voerde aan dat de beperking in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) voldoende was gemotiveerd. De Raad overwoog dat betrokkene licht beperkt is in trappenlopen, maar dat de belasting in de functie kassamedewerker met twee maal achttien treden per vier werkuren acceptabel is. De bezwaararbeidsdeskundige gaf een nadere toelichting die het oordeel van het UWV bevestigde.
De Raad concludeerde dat het UWV de functie kassamedewerker terecht aan de schatting van arbeidsongeschiktheid heeft ten grondslag gelegd. Hoewel het oorspronkelijke besluit werd vernietigd wegens motiveringsgebrek, blijven de rechtsgevolgen van dat besluit in stand. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat betrokkene onvoldoende arbeidsongeschikt is voor een WAO-uitkering en veroordeelt het UWV in de proceskosten.