ECLI:NL:CRVB:2007:BA1965
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO-uitkering wegens onjuiste functietoekenning
Appellant, geboren in 1956 en voormalig medewerker van een rozenkwekerij, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 25-35%. Na een vijfdejaars herbeoordeling in 2003 werd deze uitkering herzien naar 15-25% arbeidsongeschiktheid op basis van medische en arbeidskundige rapporten. Appellant betwistte dit en stelde dat hij meer beperkingen had, onder meer vanwege psychische klachten en fysieke beperkingen zoals het niet kunnen werken boven schouderhoogte met zijn linkerarm.
De bezwaar- en beroepsprocedures bevestigden de lagere mate van arbeidsongeschiktheid, hoewel appellant aanvoerde dat niet alle relevante medische informatie was ingewonnen en dat bepaalde functies ongeschikt waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelde de Raad dat het UWV onjuist had vastgesteld dat appellant functies kon vervullen waarbij werken boven schouderhoogte vereist is, wat met zijn linkerarm niet mogelijk is.
Hierdoor kon het bestreden besluit niet worden gehandhaafd en werd het vernietigd. De Raad bepaalde dat het UWV een nieuwe beslissing moet nemen rekening houdend met deze beperking. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant in zowel bezwaar als hoger beroep.
Uitkomst: Het herzieningsbesluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.