ECLI:NL:CRVB:2007:BA1947
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- E. Dijt
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt weigering WAO-uitkering wegens verzwegen inkomsten en werkzaamheden
Betrokkene was werkzaam als teamleider en viel uit met knieklachten, waarna hem een WAO-uitkering werd toegekend. Later bleek dat hij naast zijn uitkering werkzaamheden verrichtte als bestuurder en eigenaar van een onderneming, waarvan hij de inkomsten verzweeg. Appellant stelde op basis van een uitgebreid onderzoek dat betrokkene vanaf 9 april 1999 minimaal 40 uur per week werkte voor zijn onderneming en daardoor minder dan 15% arbeidsongeschikt was.
De rechtbank had het besluit vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat betrokkene op de betreffende datum 40 uur werkte. De Raad overweegt echter dat het onderzoek zorgvuldig was en dat het ontbreken van sluitend bewijs voor rekening van betrokkene komt, die geen concrete tegenbewijs leverde. De Raad acht de schatting van inkomsten en arbeidsuren op basis van getuigenverklaringen en bedrijfsgegevens aanvaardbaar.
De Raad concludeert dat betrokkene geen recht heeft op WAO-uitkering vanaf 9 april 1999 en dat de terugvordering van onverschuldigde uitkeringen terecht is. Het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep van appellant gegrond en bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens verzwegen werkzaamheden en inkomsten.