ECLI:NL:CRVB:2007:BA1874
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens vermeende verwijtbare werkloosheid na ongeoorloofde aanwezigheid
Betrokkene was werkzaam als bedrijfsleider bij een horecabedrijf en werd op staande voet ontslagen wegens aanwezigheid na sluitingstijd. Het ontslag werd later omgezet in ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een vergoeding. Betrokkene vroeg een WW-uitkering aan, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid, gebaseerd op de ongeoorloofde aanwezigheid en eerdere waarschuwingen.
De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende had aangetoond dat betrokkene zich verwijtbaar had gedragen en vernietigde het besluit. In hoger beroep betoogde appellant dat de werkgever een reeks soortgelijke overtredingen had bevestigd, maar de Raad stelde vast dat het bewijs onvoldoende was en dat het tijdstip van aanwezigheid niet met zekerheid vaststond. Betrokkene ontkende de aanwezigheid om 04.45 uur en verwees naar alarmgegevens.
De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende onderzoek had gedaan en dat de stelling van een reeks overtredingen onvoldoende was onderbouwd. Het hoger beroep van appellant werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en de weigering van de WW-uitkering blijft ongewijzigd.