ECLI:NL:CRVB:2007:BA1471
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens niet voldoen ingezetenschapsvereiste
Appellant, een in 1993 als vluchteling in Nederland toegelaten persoon, vroeg in 2003 een Wajong-uitkering aan en verklaarde sinds 1990 volledig arbeidsongeschikt te zijn. Medisch onderzoek bevestigde een arbeidsongeschiktheid van 80-100% per 1991, maar het UWV stelde dat deze arbeidsongeschiktheid buiten beschouwing moest blijven omdat appellant reeds volledig arbeidsongeschikt was bij aanvang van zijn ingezetenschap in 1993.
Het UWV weigerde daarom de uitkering op grond van het beleid dat arbeidsongeschiktheid die bestond bij aanvang van de verzekering buiten aanmerking kan worden gelaten, tenzij de jong gehandicapte gedurende zes jaar onmiddellijk voorafgaand aan zijn 17e verjaardag in Nederland woonde. Appellant voldeed niet aan deze voorwaarde en maakte bezwaar en beroep, waarbij hij zich beriep op discriminatieverboden uit het EVRM, IVBPR en het Vluchtelingenverdrag.
De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep verklaarden het beroep ongegrond. De Raad oordeelde dat het beleid van het UWV binnen redelijke grenzen valt en dat het beroep op discriminatieverboden niet slaagt. Ook het beroep op artikel 24 van Pro het Vluchtelingenverdrag faalde omdat de Wajong-uitkering een bijzondere, geheel uit openbare middelen gefinancierde regeling betreft die is uitgesloten van het gelijke behandelingsvereiste.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de weigering van de Wajong-uitkering en wees het beroep van appellant af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellant niet voldeed aan het ingezetenschapsvereiste.