ECLI:NL:CRVB:2007:BA1358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst Hagen
- Rechtspraak.nl
Vordering wegens meerinkomen en toerekening van winst uit onderneming bij studiefinanciering
Betrokkene ontving studiefinanciering van januari tot en met juli 2000. Appellante legde een vordering wegens meerinkomen op, waarbij zij 7/12e van de winst uit onderneming in 2000 meenam. Betrokkene maakte bezwaar omdat de winst vooral na beëindiging van de studiefinanciering was behaald.
Appellante paste de hardheidsclausule toe en herrekende het toetsingsinkomen, waarbij zij de winst toerekende aan de maanden april tot en met december 2000 (4/9e deel). De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat deze toerekening geen wettelijke basis had en nadeliger was voor betrokkene dan de wettelijke verdeling.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank miskent dat het beleid van appellante op de hardheidsclausule berust en dat de toerekening van 4/9e deel minder is dan 7/12e. De voorgestane wijze van betrokkene vindt geen steun in de wet. De jaarwinst moet gelijkelijk over de kalendermaanden worden verdeeld. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het inleidende beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt gegrond verklaard en het inleidende beroep van betrokkene ongegrond.