ECLI:NL:CRVB:2007:BA1287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herhaalde aanvraag WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, sinds 1971 bekend met lage rugklachten en pijn in het rechterbeen, heeft herhaaldelijk een WAO-uitkering aangevraagd. Eerdere beslissingen van de bedrijfsvereniging hebben formele rechtskracht verkregen, waaronder een toekenning in 1972 en latere verlagingen en intrekkingen.
In 1993 diende appellant een verzoek in om met terugwerkende kracht een WAO-uitkering te verkrijgen. Dit verzoek werd in 1996 afgewezen, gebaseerd op een rapport van een verzekeringsarts die concludeerde dat er geen nieuwe feiten waren die aanleiding gaven om eerdere beslissingen te herzien.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en in hoger beroep voerde appellant aan dat recente medische onderzoeken bevestigen dat hij nog steeds arbeidsongeschikt is en dat eerdere onderzoeken niet zorgvuldig waren uitgevoerd. De Raad overweegt dat op grond van artikel 4:6 Awb Pro alleen nieuwe feiten of omstandigheden een herziening kunnen rechtvaardigen.
De Raad stelt vast dat de verzekeringsarts zorgvuldig heeft beoordeeld en dat de nieuwe stukken die appellant overlegt niet bij het bestreden besluit bekend waren en dus geen rol kunnen spelen. De Raad sluit zich aan bij het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts dat de nieuwe medische stukken geen aanleiding geven tot een ander oordeel over de arbeidsongeschiktheid.
Daarom bevestigt de Centrale Raad van Beroep de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om terug te komen op eerdere WAO-beslissingen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.