ECLI:NL:CRVB:2007:BA1274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H.G. Rottier
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering ondanks psychische beperkingen
Appellant ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te verlagen van 80-100% naar 35-45% arbeidsongeschiktheid per 6 januari 2004. De rechtbank had dit besluit reeds ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en bevestigt de uitspraak.
De Raad baseert zich op een aangepaste Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 11 maart 2004, waarin meer beperkingen zijn aangenomen op het gebied van persoonlijk en sociaal functioneren. De bezwaarverzekeringsarts motiveerde uitgebreid waarom oudere rapportages minder relevant zijn. De Raad acht de FML juist en ziet geen aanleiding een onafhankelijke deskundige te raadplegen.
Ook de arbeidskundige beoordeling van de geduide functies is volgens de Raad voldoende onderbouwd. Rapporten van zowel de bezwaararbeidsdeskundige als een door appellant ingeschakelde registerarbeidsdeskundige zijn besproken, waarbij de bezwaararbeidsdeskundige de functies passend achtte. De Raad vindt dat het aangevoerde onvoldoende aanleiding geeft tot twijfel aan het bestreden besluit.
Uitkomst: De verlaging van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.