ECLI:NL:CRVB:2007:BA0372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante was sinds 1986 arbeidsongeschikt als ponstypiste en ontving vanaf 1996 een WAO-uitkering op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid. In 2001 startte een vijfdejaars herbeoordeling, waarbij de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige het verlies aan verdiencapaciteit vaststelden op 23,06%, later bij bezwaar verhoogd naar 30% op grond van aanvullende psychische beperkingen. Het UWV herzag de uitkering per 31 maart 2002 naar 15-25% en later naar 25-35% arbeidsongeschiktheid.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten en voerde aan dat haar medische klachten en beperkingen werden onderschat, mede onderbouwd met medische informatie van haar huisarts en psychiater. De rechtbank verklaarde haar beroep ongegrond. In hoger beroep herhaalde zij haar standpunt dat de in aanmerking genomen functies ongeschikt waren vanwege representatieve taken en onvoldoende rekening met haar beperkingen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank Amsterdam bevoegd was ondanks een procedurele vergissing en dat de medische en arbeidskundige beoordelingen adequaat en objectief waren uitgevoerd. De Raad vond geen aanleiding om de beperkingen anders vast te stellen en verwierp het beroep van appellante. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 25-35% en verklaart het hoger beroep ongegrond.