ECLI:NL:CRVB:2007:BA0159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nabestaandenuitkering wegens ontbreken ingezetenschap overledene
Appellante vroeg een nabestaandenuitkering aan na het overlijden van haar ex-echtgenoot, van wie zij in 1986 gescheiden was. Zij stelde dat de samenwoning na de echtscheiding nooit was beëindigd en dat haar ex-echtgenoot ondanks uitschrijving uit de gemeentelijke basisadministratie feitelijk bij haar bleef wonen.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de overledene niet als ingezetene van Nederland werd beschouwd, mede op basis van informatie over emigratie naar België en het ontbreken van bewijs van in Nederland verrichte arbeid.
De Raad oordeelde dat de bewijslast voor het aantonen van het voortgezet samenwonen bij appellante lag en dat zij onvoldoende verifieerbare gegevens had aangeleverd. Ook het bewijsaanbod voor het horen van getuigen werd afgewezen omdat dit niet tijdig was gedaan.
De Raad bevestigde dat de overledene ten tijde van overlijden niet als ingezetene van Nederland kon worden beschouwd en dat de aanvraag terecht was afgewezen. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de nabestaandenuitkering omdat de overledene geen ingezetene van Nederland was ten tijde van overlijden.