ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9982
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten ondanks uitzicht op vaste baan
Appellant maakte aanspraak op een WW-uitkering en werd door het UWV gekort vanwege onvoldoende sollicitatieactiviteiten in de periode van 9 mei 2005 tot en met 5 juni 2005. Hoewel appellant stelde dat hij concreet en verifieerbaar had gesolliciteerd en een vaste baan in het vooruitzicht had, kon dit niet worden bevestigd door de werkgevers en het UWV. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant zijn sollicitatieplicht onvoldoende had nageleefd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn sollicitaties wel verifieerbaar waren en dat het vooruitzicht op een vaste baan hem zou moeten ontheffen van de sollicitatieplicht. De Raad overwoog dat het vooruitzicht op een baan geen vrijstelling geeft van de sollicitatieplicht gedurende de tussenliggende periode, waarin van appellant verwacht mocht worden dat hij naar opvulwerk solliciteerde.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en oordeelde dat appellant onvoldoende concrete en verifieerbare sollicitaties had verricht. Het UWV had terecht de uitkering met 20% voor 16 weken verlaagd. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2007.
Uitkomst: De verlaging van de WW-uitkering met 20% gedurende 16 weken wordt gehandhaafd wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten.