ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of veranderde omstandigheden
Appellante, die sinds 1977 arbeidsongeschikt is wegens een val met klachten aan de linker schouder, had haar WAO-uitkering in 1981 ingetrokken gekregen omdat haar arbeidsongeschiktheid toen minder dan 15% was vastgesteld. In latere procedures verzocht zij om terug te komen op dit besluit, stellende dat verbeterde medische technieken later haar beperkingen aantoonden en dat het oorspronkelijke onderzoek niet zorgvuldig was uitgevoerd.
De Raad overwoog dat terugkomen op een eerder besluit alleen mogelijk is bij nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. Het medisch onderzoek uit 1981 toonde geen bewegingsbeperkingen en het latere MRI-onderzoek bracht geen nieuwe feiten aan het licht die het eerdere oordeel konden wijzigen. Het argument dat het onderzoek onbelast was uitgevoerd, werd niet als nieuw feit beschouwd.
De Raad concludeerde dat het Uwv het bezwaar terecht ongegrond verklaarde en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Roermond. Er werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 februari 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.