ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding
Appellant, geboren in 1950 en van Marokkaanse nationaliteit, stopte in juni 1989 met werken vanwege gezondheidsklachten en vertrok naar Marokko. Het UWV weigerde een WAO-uitkering vanaf 15 juni 1990 omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. Appellant voerde aan dat zijn medische situatie niet correct was beoordeeld, met verwijzing naar medische verklaringen over onder meer maagzweer, reumatische klachten en nierstenen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het besluit op een afdoende medische en arbeidskundige grondslag berustte. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat het UWV onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij de voorbereiding van het besluit. Zo is geen rekening gehouden met medische informatie rond de datum in geding en ontbreekt motivering voor afwijkingen in de beoordeling van belastbaarheid.
De Raad constateert dat het UWV de beoordeling van de aanspraak op uitkering niet ambtshalve heeft uitgevoerd en dat de vertraging voor rekening van het UWV komt. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht, en moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding en het UWV wordt veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit.