ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9680
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag extra handbewogen rolstoel wegens ontbreken medische noodzaak
Appellante, die reeds beschikte over diverse rolstoelvoorzieningen en thuiszorg, verzocht het College van burgemeester en wethouders van Heemstede om verstrekking van een elektrische rolstoel vanwege de zwaarte van het frequent voortbewegen van haar handbewogen rolstoel. Na advies van het Regionaal Indicatie Orgaan (RIO) werd een aanpassing van haar rolstoel met een afneembare elektrische hulpmotor toegekend, maar de aanvraag voor een extra handbewogen rolstoel werd afgewezen wegens het ontbreken van een medische noodzaak.
Appellante maakte bezwaar tegen de besluiten, maar het College verklaarde deze ongegrond. De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het besluit van 1 april 2005 eveneens ongegrond. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) en de gemeentelijke verordening alleen rolstoelvoorzieningen worden verstrekt indien aantoonbare beperkingen het noodzakelijk maken.
De Raad concludeerde dat uit de stukken geen medische noodzaak bleek voor een extra handbewogen rolstoel naast de reeds toegekende voorzieningen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor een extra handbewogen rolstoel wordt afgewezen wegens het ontbreken van een medische noodzaak.