ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9214
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende bewijs arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft van 1965 tot 1972 in Nederland gewerkt en keerde daarna terug naar Marokko. In 1997 vroeg hij via de Marokkaanse sociale zekerheidsinstantie een WAO-uitkering aan vanwege een ziekte die in 1971 begon. Het UWV voerde een onderzoek uit, waarbij artsen in Marokko en Nederland betrokken waren. Uit het medisch dossier bleek geen aanwijsbare eerste arbeidsongeschiktheidsdag of onafgebroken periode van 52 weken arbeidsongeschiktheid.
Het UWV wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende medische gegevens had overgelegd om te bewijzen dat hij tijdens de verzekerde periode arbeidsongeschikt was geworden en dat een onafgebroken periode van 52 weken arbeidsongeschiktheid ontbrak. De Raad onderschreef dit oordeel en merkte op dat appellant geen nieuwe feiten of argumenten had aangevoerd in hoger beroep.
De Raad concludeerde dat het risico van onduidelijkheid bij het niet tijdig melden van arbeidsongeschiktheid voor rekening van appellant blijft. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid.