ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9210
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- A. de Kwaasteniet
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing psychische beperkingen
Appellant stelde dat zijn beperkingen groter waren dan vastgesteld en dat deze voornamelijk psychisch van aard waren, waardoor medische onderbouwing moeilijk was. Hij verwees naar een verklaring van psychiater Lisei en stelde dat nader psychisch onderzoek noodzakelijk was.
De Raad overwoog dat de verzekeringsartsen de beperkingen zorgvuldig en juist hadden vastgesteld, waarbij rekening was gehouden met lichamelijke en psychische klachten. Appellant had geen medische stukken overgelegd die zijn stelling ondersteunden. De Raad merkte op dat psychische klachten doorgaans objectief medisch vastgesteld kunnen worden en dat het dossier geen verklaring bevatte die het verbod om naar buiten te gaan ondersteunde.
Gezien deze feiten concludeerde de Raad dat appellant op de datum van 20 februari 2004 in staat was om de hem voorgehouden functies te vervullen, wat resulteert in een arbeidsongeschiktheid van 15-25%. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.