ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8780
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.J.A. Kooijman
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Vaststelling beslagvrije voet en vernietiging terugvorderingsbesluit bij onvoldoende inkomen
Appellante had een schuld bij het College wegens teveel betaalde bijstand. Het College stelde bij besluit van 17 september 2004 het maandelijkse aflossingsbedrag op € 93,--, en verklaarde het bezwaar tegen dit besluit bij besluit van 20 december 2004 ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaar ongegrond, stellende dat het inkomen van appellante onbekend was en dat zij geacht moest worden een inkomen te hebben ter hoogte van de bijstandsnorm.
Appellante ging in hoger beroep en stelde dat haar werkelijke inkomen lager was dan de beslagvrije voet. De Raad oordeelde dat appellante als alleenstaande ouder kon worden aangemerkt en dat haar feitelijke inkomen, inclusief kinderbijslag, lager was dan 90% van de bijstandsnorm. Daarom moest de beslagvrije voet op 90% van de bijstandsnorm worden vastgesteld.
De Raad stelde vast dat het College bij het bepalen van het aflossingsbedrag niet mocht uitgaan van de bijstandsnorm als inkomen, maar van het feitelijke inkomen van appellante. Omdat dit inkomen lager was dan de beslagvrije voet, was het College niet bevoegd het aflossingsbedrag vast te stellen. Het besluit van 20 december 2004 werd vernietigd en het besluit van 17 september 2004 herroepen. Het College werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot het opleggen van een maandelijkse aflossing van € 93,-- is vernietigd omdat het inkomen van appellante lager was dan de beslagvrije voet.