ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8596
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.C. van Sloten
- J.J.A. Kooijman
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijstand voor minderjarige met Nederlandse nationaliteit zonder dringende redenen
Appellant, een minderjarige met zowel de Chinese als Nederlandse nationaliteit, vroeg bijstand aan voor levensonderhoud. De gemeente Purmerend wees dit af omdat appellant jonger dan 18 jaar is en er geen dringende redenen waren om hiervan af te wijken. De moeder van appellant was in afwachting van een verblijfsvergunning en had geen controleerbare financiële gegevens over haar inkomsten.
In hoger beroep stelde appellant zich op het standpunt dat het Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK) toepassing vond. De Raad overwoog dat volgens artikel 13 van Pro de WWB minderjarigen geen recht op bijstand hebben, tenzij zeer dringende redenen aanwezig zijn zoals bedoeld in artikel 16. De Raad vond niet aannemelijk dat er zulke dringende redenen waren, mede omdat de vader geen onderhoudsbijdrage leverde maar ook niet kon worden aangesproken, en appellant sinds oktober 2006 onder voogdij stond met een maandelijkse onderhoudsbijdrage.
De Raad oordeelde verder dat het beroep op het IVRK niet tot een ander oordeel leidde en dat de bezwaarprocedure zorgvuldig was verlopen. De Raad bevestigde het eerdere besluit en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep op bijstand wordt afgewezen omdat geen zeer dringende redenen zijn aangetoond voor een minderjarige met Nederlandse nationaliteit.