ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8300
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling laten bijstandsaanvraag wegens onvoldoende gegevens
Appellant diende op 31 augustus 2004 een aanvraag om bijstand in bij de sociale dienst van de gemeente Amsterdam. Het College liet deze aanvraag op 6 oktober 2004 buiten behandeling omdat appellant niet uiterlijk op 1 oktober 2004 alle gevraagde bankafschriften had overgelegd, ondanks verzoeken op 7 en 17 september 2004.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het College verklaarde dit bezwaar ongegrond. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel. In hoger beroep betoogde appellant dat het College een latere aanvraag had gehonoreerd en dat op basis van toen beschikbare gegevens het recht op bijstand met terugwerkende kracht vastgesteld had kunnen worden.
De Raad oordeelt dat bij het buiten behandeling laten van een aanvraag geen betekenis toekomt aan later verstrekte gegevens, tenzij appellant redelijkerwijs niet in staat was om binnen de termijn de gevraagde informatie te verstrekken. Dit is in dit geval niet gebleken. Het College was bevoegd het besluit te nemen en heeft dit redelijk gedaan. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag om bijstand blijft buiten behandeling wegens het niet tijdig verstrekken van bankafschriften.