ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8118
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsuitkering wegens niet-rechtmatig verblijf in Nederland
Appellant, met de Turkse nationaliteit, verzocht om een bijstandsuitkering die door het College van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage werd afgewezen omdat hij niet rechtmatig in Nederland verbleef. De rechtbank ’s-Gravenhage oordeelde dat appellant geen recht had op bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) en de Vreemdelingenwet 2000.
Appellant had sinds 8 juli 1997 geen verblijfsvergunning meer en verbleef in Nederland in afwachting van een beslissing op een aanvraag om een verblijfsvergunning. De rechtbank stelde vast dat appellant niet als vreemdeling in de zin van de Vreemdelingenwet 2000 kon worden aangemerkt en evenmin op grond van gelijkstelling met een Nederlander aanspraak kon maken op bijstand.
De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en wijst het beroep van appellant af. Ook het beroep op het Europees Verdrag voor Sociale en Medische Bijstand en artikel 3 EVRM Pro faalt, evenals de toepassing van artikel 11 Abw Pro over bijstand bij zeer dringende redenen. De Raad bevestigt de afwijzing van de bijstandsuitkering en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsuitkering wegens niet-rechtmatig verblijf wordt bevestigd.