ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7925
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.J.A. Kooijman
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Betrokkene ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar na een tip startte de sociale recherche een onderzoek naar het samenwonen met appellant. Uit dossieronderzoek, verklaringen en observaties bleek dat appellant en betrokkene een gezamenlijke huishouding voerden sinds maart 2003 zonder dit te melden aan het College. Hierdoor werd ten onrechte bijstand verleend.
Het College trok de bijstand over de periode 1 maart 2003 tot en met 31 augustus 2004 in en vorderde het bedrag van €24.550,71 terug van appellant. De rechtbank oordeelde dat de terugvordering over 2003 onterecht was gebaseerd op de Algemene bijstandswet, maar bevestigde de terugvordering voor de latere periode onder de WWB.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant en betrokkene hoofdverblijf in dezelfde woning hadden en zorg voor elkaar droegen, wat voldoet aan de criteria voor gezamenlijke huishouding. Omdat betrokkene haar inlichtingenplicht niet nakwam, was het College bevoegd de bijstand terug te vorderen van appellant. De Raad wijst het verweer van appellant af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van ten onrechte verleende bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding.