ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7812

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 januari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/444 WWB + 06/446 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WWBArt. 18 WWBArt. 36 Verordening wet werk en bijstand gemeente HeerlenArt. 37 Verordening wet werk en bijstand gemeente Heerlen
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten

Appellanten zijn het niet eens met de verlaging van hun bijstandsuitkering door het College van burgemeester en wethouders van Heerlen, omdat zij onvoldoende sollicitatieactiviteiten zouden hebben verricht. Het College had de bijstand met 20% verlaagd voor de periode van 1 tot en met 31 december 2004, omdat appellant vanaf 1 oktober 2004 niet voldeed aan de arbeidsverplichtingen zoals gesteld in artikel 9 van Pro de WWB.

De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Uit de stukken blijkt dat appellant slechts driemaal aantoonbaar en verifieerbaar heeft gesolliciteerd in de periode van 1 oktober tot 21 november 2004, terwijl minimaal twee keer per week solliciteren verplicht was. Ondanks medische klachten die appellant aanvoerde, ontbraken objectieve medische gegevens die een beletsel voor sollicitatieactiviteiten zouden vormen.

De Raad oordeelt dat het College terecht de bijstand heeft verlaagd en dat een waarschuwing in plaats van verlaging niet passend was. Appellant was vooraf duidelijk geïnformeerd over zijn verplichtingen en de consequenties bij niet-naleving. De Raad ziet geen reden om de proceskosten aan appellanten toe te wijzen en bevestigt de eerdere uitspraak.

Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering met 20% wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten wordt bevestigd.

Uitspraak

06/444 WWB
06/446 WWB
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], appellant, en [appellante], appellante, beiden wonende te Heerlen (hierna: appellanten),
tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 19 december 2005, 05/293 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellanten
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen (hierna: College)
Datum uitspraak: 16 januari 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellanten heeft mr. M.M.J.P. Penners, advocaat te Geleen, hoger beroep ingesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
Het hoger beroep is op 5 december 2006 ter behandeling aan de orde gesteld. Partijen zijn - met voorafgaand bericht - niet ter zitting verschenen.
II. OVERWEGINGEN
Voor een overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.
Bij besluit van 15 februari 2005 heeft het College - voor zover van belang - na bezwaar gehandhaafd het besluit tot verlaging van de bijstand met 20% gedurende de periode van 1 december 2004 tot en met 31 december 2004. Daarbij is - kort gezegd - overwogen dat appellant vanaf 1 oktober 2004 onvoldoende sollicitatie-activiteiten heeft ontplooid.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het besluit van 15 februari 2005 ingestelde beroep ongegrond verklaard.
In hoger beroep heeft appellant zich gemotiveerd tegen de uitspraak van de rechtbank gekeerd.
De Raad komt tot de volgende beoordeling
Vaststaat dat aan appellant bij besluit van 1 oktober 2004 met ingang van diezelfde datum (wederom) de arbeidsverplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Wet werk en bijstand (WWB) zijn opgelegd. Uit de gedingstukken blijkt voorts dat appellant tijdens een herbeoordelingsgesprek in augustus 2004 al door een medewerker van de afdeling sociale zaken van de gemeente nadrukkelijk erop is gewezen dat hij minimaal twee maal per week verifieerbaar dient te solliciteren naar betaald werk.
Gebleken is dat appellant tijdens de periode van 1 oktober 2004 tot en met 21 november 2004 slechts driemaal aantoonbaar en verifieerbaar heeft gesolliciteerd. Het College was derhalve ingevolge artikel 18, tweede lid, van de WWB gehouden tot verlaging van de bijstand. De Raad stelt vast dat de bijstand overeenkomstig het bepaalde in artikel 36, aanhef en onder b, in verbinding met artikel 37, eerste lid, aanhef en onder b, van de Verordening wet werk en bijstand gemeente Heerlen (hierna: verordening) gedurende een maand met 20% is verlaagd. Van redenen om geheel of ten dele van de verlaging af te zien is de Raad niet kunnen blijken. Hetgeen appellant ter zake van zijn medische beperkingen heeft gesteld kan hier niet aan afdoen, omdat hij dit niet met objectief medische gegevens heeft gestaafd en, voor zover deze klachten zien op reeds eerder vastgestelde beperkingen (geen zwaar lichamelijk werk alsmede geen frequent bukkend en/of knielend werk), deze op zichzelf geen beletsel vormen om - met inachtneming van die beperkingen - te solliciteren naar algemeen geaccepteerde arbeid als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB. Dat het College onder de gegeven omstandigheden had moeten volstaan met het geven van een waarschuwing kan de Raad niet volgen. Nog daargelaten dat de WWB (anders dan de Abw) en de verordening daarin niet voorzien, staat immers vast dat appellant vooraf mondeling concreet op zijn verplichtingen is gewezen, dat dit nog eens is herhaald bij het besluit van 1 oktober 2004 en dat hij is gewaarschuwd voor de consequenties als die verplichtingen niet of niet naar behoren zouden worden nagekomen.
De aangevallen uitspraak dient derhalve te worden bevestigd.
Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen als voorzitter en R.H.M. Roelofs en L.H. Waller als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C. Palmboom als griffier, uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2007.
(get.) C. van Viegen.
(get.) A.C. Palmboom.
EK2812