ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7661
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag en vrijwillige AOW-verzekering na vertrek uit Nederland
Appellant woonde en werkte enige tijd in Nederland en ontving een WAO-uitkering. Na zijn vertrek naar Marokko in 1975 bleef hij een WAO-uitkering ontvangen, maar deze was gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%. Hierdoor was hij volgens het destijds geldende besluit niet verplicht verzekerd voor de volksverzekeringen.
Appellant vroeg kinderbijslag aan en wilde deelnemen aan de vrijwillige verzekering van de AOW en ANW. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde deze verzoeken omdat hij niet meer verplicht verzekerd was en de aanmelding voor vrijwillige verzekering niet binnen de gestelde termijn plaatsvond.
De rechtbanken onderschreven deze standpunten en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraken. De Raad oordeelde dat de overgangsregeling niet op appellant van toepassing was en dat de herziening van de WAO-uitkering in 2001 geen andere uitkomst gaf.
De Raad wees ook een verzoek om vergoeding van proceskosten af en gaf aan dat partijen beroep in cassatie kunnen instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag en deelname aan de vrijwillige AOW-verzekering omdat appellant niet meer verplicht verzekerd was.