ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering
Appellant maakte bezwaar tegen de weigering van het UWV om hem per 28 augustus 2003 een WAO-uitkering toe te kennen. Hij voerde onder meer medische klachten aan, zoals een handspalk, schouderklachten en huisstofmijtallergie, die volgens hem onvoldoende waren onderzocht. De Raad constateerde dat de arbeidsongeschiktheidsschatting was gebaseerd op het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS).
Hoewel het CBBS in beginsel aanvaardbaar is, stelde de Raad vast dat het gebruikte systeem niet voldeed aan eisen van inzichtelijkheid, verifieerbaarheid en toetsbaarheid. Hierdoor was het besluit onvoldoende gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar de Raad vernietigde deze uitspraak en het bestreden besluit.
De Raad oordeelde dat de medische beperkingen van appellant niet volledig waren meegenomen, met name ten aanzien van de functies die appellant zou kunnen verrichten ondanks zijn beperkingen. Ook werd onvoldoende onderbouwd waarom appellant bepaalde functies kon uitvoeren ondanks beperkingen op het gebied van persoonlijk functioneren en blootstelling aan stof.
De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten en bepaalde dat een nieuw besluit op bezwaar moet worden genomen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om de WAO-uitkering te weigeren wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het UWV wordt veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit.