ECLI:NL:CRVB:2006:BA2365
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verschoonbaarheid overschrijding bezwaartermijn bij niet-afhalen aangetekende correctienota's
De zaak betreft hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die oordeelde dat de overschrijding van de bezwaartermijn door betrokkenen verschoonbaar was. Betrokkenen hadden correctienota's over de jaren 1998-2001 niet afgehaald die per aangetekende post waren verzonden, waarna appellant deze nota's opnieuw per gewone post verzond.
De rechtbank vond dat betrokkenen het voordeel van de twijfel verdienden en verklaarde de overschrijding verschoonbaar, waardoor de bezwaarschriften alsnog ontvankelijk werden verklaard. In hoger beroep stelt appellant dat de bezwaartermijn rechtsgeldig is verstreken omdat de besluiten rechtsgeldig bekend zijn gemaakt en het niet afhalen van aangetekende post voor risico van betrokkenen komt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank ten onrechte voorbijging aan het feit dat de besluiten rechtsgeldig bij aangetekend schrijven waren bekendgemaakt en dat de overschrijding niet verschoonbaar is. De Raad vernietigt het bestreden vonnis en verklaart de beroepen ongegrond. Er is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak is gedaan door G. van der Wiel op 11 mei 2006.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.