ECLI:NL:CRVB:2006:AZ7852
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering arbeidsongeschiktheidsschatting
Appellant, sinds 1986 arbeidsongeschikt verklaard wegens longklachten, kreeg zijn WAO-uitkering herzien door het UWV waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 65 tot 80%.
Appellant voerde aan dat de medische beperkingen niet juist waren verwerkt, met name dat hij na enkele uren werken rust nodig heeft, wat niet in de arbeidskundige functies was meegenomen. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege onvoldoende motivering met betrekking tot de arbeidskundige geschiktheid van de functies.
In hoger beroep bevestigde de Raad dat de medische onderbouwing voldoende was, maar dat de arbeidskundige motivering tekort schoot. Het UWV bracht op de zitting nog wijzigingen aan, wat strijdig was met een goede procesorde en appellant in zijn verdediging benadeelde.
De Raad onthield zich van een inhoudelijk oordeel over de arbeidskundige onderbouwing en bevestigde de vernietiging van het besluit, met de verplichting voor het UWV om een nieuw besluit te nemen met een deugdelijke motivering. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het UWV moet een nieuw besluit nemen.