ECLI:NL:CRVB:2006:AZ6112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid
In deze zaak is appellant in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin de weigering van zijn WW-uitkering werd bevestigd. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had eerder besloten de uitkering te weigeren vanwege verwijtbare werkloosheid, omdat appellant zich zodanig had gedragen dat hij redelijkerwijs had moeten begrijpen dat dit tot ontslag zou leiden.
De Raad voor de Rechtspraak heeft het geschil beoordeeld aan de hand van de Werkloosheidswet zoals die op het moment van belang luidde. De feiten zijn overgenomen uit de eerdere uitspraak van de rechtbank, die het standpunt van het Uwv ondersteunde en het verweer van appellant verwierp. Appellant heeft in hoger beroep geen nieuwe argumenten aangevoerd.
De Centrale Raad van Beroep heeft daarom de aangevallen uitspraak bevestigd en geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 20 december 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.