ECLI:NL:CRVB:2006:AZ6112

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 december 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-352 WW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
WerkloosheidswetArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid

In deze zaak is appellant in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin de weigering van zijn WW-uitkering werd bevestigd. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had eerder besloten de uitkering te weigeren vanwege verwijtbare werkloosheid, omdat appellant zich zodanig had gedragen dat hij redelijkerwijs had moeten begrijpen dat dit tot ontslag zou leiden.

De Raad voor de Rechtspraak heeft het geschil beoordeeld aan de hand van de Werkloosheidswet zoals die op het moment van belang luidde. De feiten zijn overgenomen uit de eerdere uitspraak van de rechtbank, die het standpunt van het Uwv ondersteunde en het verweer van appellant verwierp. Appellant heeft in hoger beroep geen nieuwe argumenten aangevoerd.

De Centrale Raad van Beroep heeft daarom de aangevallen uitspraak bevestigd en geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 20 december 2006.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.

Uitspraak

06/352 WW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 7 december 2005, 05/2464 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 20 december 2006.
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. W.F.C. van Megen, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 november 2006. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D.R. Abdoelhak werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad stelt voorop dat het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de Werkloosheidswet (WW) en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden ten tijde als hier van belang.
2. Voor de feiten verwijst de Raad naar de eerste vier alinea’s van rubriek 2 van de aangevallen uitspraak. Die feiten vormen ook voor de Raad uitgangspunt bij zijn beoordeling.
3. De rechtbank heeft de vraag of het Uwv bij het bestreden besluit van 20 mei 2005 op goede gronden heeft gehandhaafd zijn eerder in het primaire besluit van 13 december 2004 neergelegde beslissing appellant met ingang van 28 september 2004 WW-uitkering te weigeren vanwege verwijtbare werkloosheid, bevestigend beantwoord. Naar de opvatting van het Uwv heeft appellant zich zodanig tegenover zijn werkgever gedragen dat hij redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat zijn gedrag de beëindiging van zijn dienstbetrekking tot gevolg zou kunnen hebben. De rechtbank heeft het Uwv daarin terecht gevolgd.
3.1. Aangezien appellant in hoger beroep geen andere argumenten heeft aangevoerd dan hij in eerste aanleg heeft gedaan, en de rechtbank het standpunt van appellant, als gezegd, op goede gronden heeft verworpen, volstaat de Raad met verwijzing naar de aangevallen uitspraak.
4. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen als voorzitter en T. Hoogenboom en C.P.J. Goorden als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.R.S. Bacon als griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 december 2006.
(get.) M.A. Hoogeveen.
(get.) M.R.S. Bacon.
BvW
2112