ECLI:NL:CRVB:2006:AZ6035
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van maatregel verlaging WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten
Appellant, geboren in 1946 en voormalig automonteur, diende een WW-uitkering aan na beëindiging van zijn dienstverband in juni 2004. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) legde hem meerdere malen een verlaging van zijn uitkering op wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten in de periodes september tot en met december 2004.
De rechtbank verklaarde eerder de beroepen van appellant ongegrond en oordeelde dat ondanks zijn leeftijd en arbeidsverleden, appellant voldoende sollicitatiemogelijkheden had. De Raad overweegt dat de vooronderstelling dat voldoende sollicitatieactiviteiten de kans op werk vergroten ook op appellant van toepassing is en dat er geen uitzonderlijke omstandigheden zijn die dit tegenspreken.
De Raad stelt dat het Uwv niet verplicht was nader onderzoek te doen naar beschikbare passende arbeid, omdat de gegevens geen aanwijzingen geven dat er geen passende vacatures waren. De hoger beroepen van appellant worden verworpen en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten.