ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over arbeidsongeschiktheid en WAO-uitkering
Appellante, werkzaam als slagerijmedewerkster/verkoopster, viel uit op 8 december 1999 wegens psychische en rugklachten. Een verzekeringsarts stelde in 2001 de diagnose depressieve episode en beperkte arbeidsongeschiktheid vast, hetgeen werd bevestigd door een arbeidsdeskundige die de mate van arbeidsongeschiktheid op minder dan 15% schatte. Op grond hiervan besloot het UWV in 2001 dat appellante geen WAO-uitkering toekwam.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en overlegde rapporten van Instituut Psychosofia, maar de bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige handhaafden het oordeel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat de medische en arbeidsdeskundige beoordelingen zorgvuldig waren uitgevoerd en dat de aanvullende rapporten van Instituut Psychosofia onvoldoende overtuigend waren om het standpunt van de verzekeringsartsen te wijzigen. Ook ontbraken verklaringen van reguliere medische specialisten die in de rapporten werden genoemd. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.