ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Brand
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens ontbreken causaal verband met WAO-besluit
Appellant, een docent die zich in 1999 ziek meldde, kreeg per 14 september 2000 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80% of meer. Hij was het hier niet mee eens en verzocht om herkeuring, wat leidde tot een verlaging van de arbeidsongeschiktheid naar 45-55%. Appellant stelde dat hij schade had geleden doordat zijn werkgever niet wilde meewerken aan re-integratie zolang hij een hoge WAO-uitkering ontving, waardoor zijn bezoldiging werd verlaagd.
Het UWV wees het verzoek om schadevergoeding af omdat de korting op het salaris van appellant gebaseerd was op een rechtspositieregeling van de werkgever en niet direct voortvloeide uit het WAO-besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Er is geen causaal verband tussen het WAO-besluit en de door appellant gestelde schade.
Appellant vroeg om aanhouding van de procedure vanwege meerdere lopende procedures, maar de Raad zag hiervoor geen aanleiding. De Raad benadrukt dat het WAO-besluit alleen betrekking heeft op de uitkeringsaanspraak en niet op financiële gevolgen binnen de arbeidsrechtelijke relatie tussen werkgever en werknemer. De beslissing van het UWV wordt daarom bekrachtigd.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van causaal verband tussen het WAO-besluit en de gestelde schade.