ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5465
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding met partner
Appellant ontving sinds juni 1994 een AOW-pensioen voor alleenstaanden. Naar aanleiding van een anonieme tip startte de Sociale verzekeringsbank (Svb) in 2002 een onderzoek naar zijn leefsituatie, waarbij werd vastgesteld dat appellant en [H.] een gezamenlijke huishouding voeren sinds januari 2002. Ondanks eerdere onderzoeken in 2002, 2003 en begin 2004 zonder wijziging, leidde een onderzoek in oktober 2004 tot herziening van het pensioen naar de gehuwdennorm.
De Raad oordeelde dat appellant en [H.] hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning, ondanks inschrijving op verschillende adressen, en dat zij zorg dragen voor elkaar door middel van financiële en andere verstrengeling. De checklist en verklaringen onder ede vormden een belangrijke bewijsgrond. Appellants verweer dat hij onder druk de checklist had ondertekend werd verworpen.
De Raad vond geen dringende redenen om van herziening af te zien en verwierp het hoger beroep. De eerdere onderzoeken en het ontbreken van een compleet dossier werden onvoldoende geacht om het besluit te herroepen. De uitspraak van de rechtbank Maastricht werd bevestigd, waarbij geen proceskosten werden toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van het AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding sinds januari 2002.